Wat de krantenkoppen over thuisverpleging niet vertellen
Op 10 september verschenen in verschillende media berichten over thuisverpleegkundigen die het jaarlijkse facturatieplafond zouden hebben overschreden. De Morgen kopte onder meer: “Al 23 thuisverpleegkundigen overschrijden jaarplafond: uitschieter factureert 70.000 euro per maand”. Ook andere media namen het thema op.
Voor thuisverpleegkundigen komt dergelijke berichtgeving hard binnen. Niet omdat fraude niet benoemd mag worden, maar wel omdat de manier waarop hierover gecommuniceerd wordt, snel een hele beroepsgroep in een verdacht daglicht plaatst.
Waarover gaat het?
De overheid wil fraude in de gezondheidszorg zoveel mogelijk vermijden. Dat is terecht. Onze gezondheidszorg is gebouwd op solidariteit: iedereen draagt bij aan een systeem dat toegankelijk en betaalbaar moet blijven voor wie zorg nodig heeft.
Daarom moet er zorgvuldig worden omgegaan met de middelen van de ziekteverzekering. Controlemechanismen zijn daarbij noodzakelijk. Eén van die mechanismen binnen de thuisverpleging is de opvolging van de hoeveelheid aan prestaties die gefactureerd worden aan de mutualiteiten. Hiervoor werd voor de zelfstandige thuisverpleegkundigen een jaarlijkse grens ingesteld die ongeveer 235.000 euro aan facturatie weerspiegelt. Voor de loontrekkende thuisverpleegkundigen ligt deze grens op 130.000 euro.
Wanneer een zelfstandige thuisverpleegkundige deze facturatiegrens overschrijdt, wordt dit vandaag veel strenger opgevolgd dan vroeger.
Wat is er gebeurd?
Het Nationaal Intermutualistisch College monitort elke individuele thuisverpleegkundige. Wanneer de maximumgrens aan facturatie binnen de nomenclatuur wordt overschreden, kan dit leiden tot een onmiddellijke blokkering van de derdebetalersregeling. Dat betekent dat de prestaties niet langer rechtstreeks door de mutualiteit aan de zorgverlener worden uitbetaald. Daarnaast wordt het dossier doorgegeven aan de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle van het RIZIV, die verder onderzoek kan voeren.
Volgens de berichtgeving stond de teller in juni op 23 thuisverpleegkundigen die het maximum aan prestaties hadden gefactureerd aan de mutualiteiten. Dergelijke cijfers vragen uiteraard om opvolging. Maar ze vragen ook context.
De noodzakelijke nuance
Een overschrijding van de maximumgrens betekent niet automatisch dat er sprake is van fraude.
Uit de verdere duiding binnen de sector blijkt dat bij drie zorgverleners al een onderzoek werd afgerond. In twee dossiers bleek dat er geen onrechtmatige prestaties waren aangerekend. De betrokken verpleegkundigen factureerden echter alle prestaties van de praktijk op hun eigen RIZIV-nummer en betaalden van daaruit andere praktijkleden uit. Eigenlijk diende dit op groepsnummer te gebeuren. Dat is dus organisatorisch fout en moet worden rechtgezet, maar het is niet hetzelfde als het aanrekenen van prestaties die niet werden uitgevoerd.
In één dossier was er wel sprake van onrechtmatige aanrekening van prestaties en volgde een sanctie. Dat moet duidelijk benoemd worden. Fraude hoort niet thuis in onze sector.
Maar net daarom is nuance belangrijk: wie fraude pleegt, moet aangepakt worden. Wie organisatorisch fout factureert, moet corrigeren. En wie correct werkt, mag niet mee gestigmatiseerd worden.
Ook de bedragen vragen context
De bedragen die in de media verschijnen, worden vaak voorgesteld alsof het gaat om zuivere inkomsten van de thuisverpleegkundige. Dat beeld klopt niet zomaar.
De berekening gebeurt op basis van het volledige honorarium. Dat honorarium bestaat uit twee delen: het deel dat door de ziekteverzekering wordt uitbetaald en het remgeld dat in principe aan de patiënt wordt aangerekend.
In de praktijk innen veel thuisverpleegkundigen dat remgeld niet of slechts gedeeltelijk. Niet omdat ze dat niet mogen aanrekenen, maar omdat het in de dagelijkse realiteit vaak moeilijk ligt om dit aan kwetsbare patiënten te vragen. Daarbovenop brengt het innen van remgeld een bijkomende administratieve last met zich mee.
Ook dat aspect verdwijnt vaak uit de publieke berichtgeving.
Een complexe regelgeving
De nomenclatuur binnen de thuisverpleging is bijzonder complex. Correct werken vraagt veel kennis: welke verstrekking mag wanneer worden aangerekend, onder welk nomenclatuurnummer, met welke kennisgeving, met welke voorwaarden en binnen welke grenzen?
Voor wie niet dagelijks in deze regelgeving werkt, lijkt het soms eenvoudiger dan het is. Voor thuisverpleegkundigen is dit nochtans dagelijkse realiteit. Zij combineren zorg aan huis met administratie, opvolging, dossiervorming, facturatievoorwaarden en steeds meer controlemechanismen. En voor die administratieve en wettelijke belasting bestaat nauwelijks bijkomende financiering.
Dat is geen vrijgeleide voor fouten. Maar het verklaart wel waarom een eenzijdig beeld van “hoge facturatie” onvoldoende is om de werkelijkheid van de thuisverpleging te begrijpen.
Visie van ConnectGroep Beroepsvereniging
Voor ConnectGroep Beroepsvereniging is het duidelijk: fraude moet streng worden aangepakt. Alleen zo blijven de middelen van de ziekteverzekering terechtkomen waar ze moeten terechtkomen: bij de zorgbehoevende patiënt en bij de zorgverlener die correct werkt.
Maar het debat mag niet herleid worden tot krantenkoppen over uitschieters. De overgrote meerderheid van de thuisverpleegkundigen werkt elke dag met de juiste intentie, vaak onder hoge druk en met een grote administratieve verantwoordelijkheid.
Wie fraude pleegt, schaadt de patiënt, de ziekteverzekering én de geloofwaardigheid van de sector. Maar wie correct werkt, verdient ondersteuning, erkenning en correcte beeldvorming.
Daarom vragen wij aan de media om zorgvuldig te communiceren. Benoem misbruik waar het bestaat, maar plaats de cijfers in hun juiste context. Zet geen volledige beroepsgroep in een slecht daglicht op basis van een beperkt aantal dossiers.
Aan de overheid vragen wij: blijf inzetten op controle waar nodig, maar ondersteun tegelijk maximaal de correcte praktijkvoering. Maak regelgeving werkbaar, zorg voor duidelijke communicatie en erken de administratieve realiteit waarmee thuisverpleegkundigen elke dag geconfronteerd worden. We zullen in de toekomst nog veel thuisverpleegkundigen nodig hebben. Dan moeten we er ook voor zorgen dat het beroep aantrekkelijk, haalbaar en werkbaar blijft.
De boodschap is dus helder: pak fraude streng aan, maar bescherm tegelijk de eerlijke thuisverpleegkundige die elke dag kwaliteitsvolle zorg aan huis biedt.