Terugbetaling van zorgen rond insulinepompen
De zorg evolueert snel. Nieuwe technologieën vinden steeds vaker hun weg naar de thuissituatie. Dat is positief voor patiënten, maar roept soms ook praktische vragen op voor de thuisverpleegkundige.
Een van die vragen is hoe zorgen rond een insulinepomp binnen artikel 8 van de nomenclatuur kunnen worden aangerekend. Vooral bij toezicht op de pomp, het bijvullen van het reservoir en het vervangen van de infusieset is het belangrijk om te weten welke verstrekking van toepassing kan zijn.
Insulinepomp in de thuiszorg
De opstart en medische opvolging van een insulinepomp gebeuren doorgaans via een gespecialiseerd diabetescentrum.
In sommige situaties kan echter aan de thuisverpleging gevraagd worden om bepaalde zorgen op te nemen, zoals:
- toezicht op de werking van de pomp;
- controle van de insteekplaats;
- bijvullen van het reservoir;
- vervangen van de leiding;
- vervangen van de subcutane canule of volledige infusieset.
Het vervangen van het reservoir of de infusieset gebeurt meestal om de twee à drie dagen, afhankelijk van de situatie van de patiënt en het gebruikte materiaal.
Welke nomenclatuurcode kan gebruikt worden?
Binnen de thuisverpleegkundige nomenclatuur bestaat momenteel geen aparte code specifiek voor zorgen rond insulinepompen.
Uit navraag bij het RIZIV blijkt dat de verstrekking 425375 kan worden aangerekend wanneer de zorg aansluit bij het plaatsen van en/of toezicht op een subcutane perfusie.
Deze verstrekking omschrijft het:
“Forfaitair honorarium per verzorgingsdag voor patiënten die verzorging met één of meerdere specifieke technische verpleegkundige verstrekkingen vereisen, waaronder het plaatsen van en/of toezicht op een subcutane perfusie.”
Een insulinepomp kan hierbij beschouwd worden als een continue subcutane insulineperfusie.
Wanneer kan 425375 aangerekend worden?
De verstrekking 425375 kan worden aangerekend op een verzorgingsdag waarop de thuisverpleegkundige effectief zorg verleent die verband houdt met het plaatsen van en/of toezicht op de subcutane perfusie via de insulinepomp.
Dat kan bijvoorbeeld gaan om:
- toezicht op de subcutane insulineperfusie;
- controle van de insteekplaats of canule;
- bijvullen van het reservoir;
- vervangen van de leiding;
- plaatsen of vervangen van de subcutane canule;
- vervangen van de volledige infusieset.
Belangrijk: het gaat om een forfait per verzorgingsdag. De verschillende onderdelen van de zorg kunnen dus niet afzonderlijk bovenop elkaar worden aangerekend.
Belangrijke voorwaarden
Hou rekening met deze aandachtspunten:
- Er moet steeds een geldig medisch voorschrift aanwezig zijn.
- De uitgevoerde zorg moet duidelijk geregistreerd worden in het verpleegkundig dossier.
- Noteer concreet wat je hebt gedaan: toezicht, controle insteekplaats, reservoir bijgevuld, leiding vervangen, canule vervangen, bijzonderheden.
- De aanrekening moet overeenstemmen met de effectief uitgevoerde zorg.
- Gewone algemene opvolging zonder link met de subcutane perfusie valt hier niet automatisch onder.
Praktisch samengevat
Bij zorgen rond een insulinepomp kan verstrekking 425375 gebruikt worden wanneer de zorg aansluit bij het plaatsen van en/of toezicht op een subcutane perfusie.
Toezicht op de pomp, controle van de insteekplaats, bijvullen van het reservoir en vervangen van de infusieset kunnen dus binnen deze verstrekking passen, op voorwaarde dat er een geldig voorschrift is en dat de zorg correct wordt geregistreerd.
Correct voorschrift, duidelijke verslaggeving en aanrekening op de juiste verzorgingsdag blijven hierbij de belangrijkste aandachtspunten.