De bekwame helper

Op voorstel van minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken, Frank Vandenbroucke, heeft de federale regering het Koninklijk Besluit van de  'bekwame helper' goedgekeurd. Vanaf 18 maart 2024 treden de koninklijke besluiten over de bekwame helper en de Activiteiten van het Dagelijkse Leven (ADL) in werking. Ze kunnen een impact hebben op jouw praktijk, want personen kunnen in de hoedanigheid van bekwame helper een beroep doen op jouw competenties.

Een bekwame helper is iemand die zelf geen verpleegkundige is en toch bepaalde verpleegkundige handelingen mag uitvoeren. Dat gebeurt tijdens het uitoefenen van het beroep of bij een vrijwillige activiteit, buiten een zorginstelling (ziekenhuizen, woonzorgcentra en instellingen verbonden aan ziekenhuis). Deze persoon is gebonden aan een aantal voorwaarden en is wettelijk beschermd om een of meer welomschreven verpleegkundige handelingen uit te voeren bij patiënten.

Je leest hieronder een handige samenvatting:

💡 Tip: De FOD Volksgezondheid richtte een website op met alle informatie over de bekwame helper: www.bekwamehelper.be 

Wie kan bekwame helper worden?

Elke persoon die zich buiten een zorginstelling bevindt en de zorg op vrijwillige basis wil bieden, kan een bekwame helper worden. Dit omvat professionals zoals leerkrachten, jeugdleiders, kinderverzorgers, gezinshulpen en anderen die zorg verlenen aan personen die bepaalde verpleegkundige verzorging nodig hebben.

Opgelet: Je mag niemand verplichten om bekwame helper te worden. Bovendien ben je als verpleegkundige niet verplicht bepaalde handelingen te delegeren aan een bekwame helper.

Kom ik als zorgkundige in aanmerking voor de bekwame helper?

Als zorgkundige moet je voldoen aan de wetgeving die van toepassing is op jouw beroep, waaronder de wet van 10 mei 2015. Deze wet bepaalt welke activiteiten zorgkundigen mogen uitvoeren. Het is dus niet toegestaan om buiten deze regels te werken.

 

Voorwaarden:

Zowel de patiënt, de persoon die de zorg overdraagt als de bekwame helper zelf moeten specifieke voorwaarden respecteren.

  1. De patiënt
  2. De delegerende zorgverlener
    • Moet een arts, een verpleegkundige verantwoordelijke voor algemene zorg (VVAZ) of een basisverpleegkundige zijn.
    • Maakt een zorgplan (inclusief waarschuwingscriteria) op voor de patiënt.
    • Heeft de situatie en gezondheidstoestand van de patiënt geëvalueerd voordat hij/zij toelating geeft, en voorziet regelmatig in een herevaluatie.
    • Bepaalt welke verpleegkundige handelingen de bekwame helper mag uitvoeren.
    • Voorziet een duidelijke instructie of opleiding voor de bekwame helper (afhankelijk van het type handeling).
    • Voorziet de praktische voorwaarden van overleg met de bekwame helper.
    • Vult het formulier voor de toestemming voor de bekwame helper in.
  3. De bekwame helper
    • Elke persoon die tijdens het werk of vrijwilligerswerk buiten een zorginstelling, wil zorgen voor personen die bepaalde verpleegkundige verzorging moeten krijgen, kan bekwame helper worden (bv. leerkrachten, scoutsleiders, gezinszorg,...).
      • Met vrijwilligerswerk bedoelen we de activiteit zoals beschreven in de vrijwilligerswet van 2005. Het gaat om activiteiten die je voor een organisatie uitvoert.
      • Activiteiten in privé- of familieverband horen hier niet bij (bijvoorbeeld buurvrouw, echtgenoten,...). Dit valt onder mantelzorg.
    • Voert de handelingen vrijwillig uit.
    • Heeft de nodige instructies en/of opleiding ontvangen.
    • Draagt de verantwoordelijkheid voor de goede uitvoering van de zorgen.
    • Voert enkel de handeling uit die aan hem/haar werd gedelegeerd en enkel bij de welbepaalde patiënt.
    • Staat ook in voor de correcte observaties en voor het verwittigen van de verpleegkundige of arts.

 

Welke verstrekkingen kan een bekwame helper uitvoeren?

Bekwame helpers mogen, met toestemming van een arts of verpleegkundige, welomschreven verpleegkundige handelingen uitvoeren.

Een overzicht van de handelingen vind je hier.

bv. Insuline toedienen, urinezak legen, ....

  1. Verpleegkundige handelingen op basis van instructie.
    Een schriftelijke instructie kan gebruikt worden voor bepaalde eenvoudige handelingen. De instructie is niet op naam van één bepaalde bekwame helper, maar wel geldig voor één patiënt. Er is geen specifieke opleiding nodig om een handeling uit te voeren die je via een instructie kan delegeren. Wel moeten de schriftelijke instructies van de delegerende arts/verpleegkundige gevolgd worden.
    De instructie bevat minstens:
    • De verstrekking die is toegelaten
    • De geldigheidsduur
    • Naam en voornaam van de patiënt
    • Naam, voornaam en contactgegevens van de delegerende arts/verpleegkundige
    • Waarschuwingscriteria
    • Regeling voor overleg van de bekwame helper met de delegerende ars/verpleegkundige
    • Handtekening delegerende arts/verpleegkundige
    • Handtekening patiënt of wettelijke vertegenwoordiger
  2. Verpleegkundige handelingen op basis van opleiding.
    Voor een heel aantal verpleegkundige handelingen is er een opleiding vereist. Dit kan een opleiding zijn bij een erkende onderwijsinstelling of de opleiding kan ook gegeven worden door de arts/verpleegkundige die de handeling delegeert. Bij handelingen op basis van opleiding wordt er steeds toestemming gegeven aan één bekwame helper bij één bepaalde patiënt.
  3. Handelingen die behoren tot Activiteiten van het Dagelijks Leven (ADL).
    Sommige eenvoudige handelingen die tot het dagelijkse leven behoren, kan je uitvoeren buiten het kader van de bekwame helper. Denk aan bepaalde hygiënische zorgen of het toedienen van medicatie.
    Meer informatie over ADL lees je hier.
  4. Verpleegkundige handelingen die de bekwame helper nooit mag uitvoeren
    Sommige handelingen zijn te ingewikkeld of gevaarlijk om toe te vertrouwen aan een bekwame helper, zoals behandelingen van het ademhalings- en bloedsomloopstelsel.
  5. Uitzonderingen
    In bepaalde tijdelijke of uitzonderlijke omstandigheden mag een bekwame helper nog meer handelingen stellen, als die een opleiding gevolgd heeft en met toestemming van een zorgprofessional. Er bestaan drie types van tijdelijke en/of uitzonderlijke omstandigheden:
    1. De patiënt verlaat tijdelijk en/of uitzonderlijk de verblijfplaats of instelling.
    2. De gebruikelijke mantelzorger kan tijdelijk en/of uitzonderlijk de nodige handelingen niet stellen EN de arts/verpleegkundige van de patiënt kan de zorg niet op zich nemen.
    3. Een technische handeling kan niet worden gepland of uitgesteld, waardoor de gebruikelijke zorgverlener deze niet op het gepaste moment kan stellen.

Bron: www.bekwamehelper.be 

Samen in gesprek?

Heb je vragen over hoe wij jou kunnen helpen in je werk als zorgverlener? Of ben je benieuwd wat ConnectGroep concreet voor jouw praktijk kan betekenen? Plan dan een vrijblijvend kennismakingsgesprek.

Vraag een kennismakingsgesprek aan